klastitularis Stock in jaar1939.jpg

IV

BACVLVS VALIDVS LVCIDO AVXILIO STVDIOSVS

In 1955 werd hij inspecteur die doordacht stevige ondersteuning bood

 

Mgr. De Smedt was bisschop van Brugge geworden en zocht een nieuwe hoofdinspecteur. Maurits de Keyzer, een vriend van Stock uit zijn Roeselaarse tijd, was vicaris geworden. De vicaris stelde zijn vriend voor als kandidaat. Mgr. kende het rebels verleden van Stock niet of tilde er niet aan. De nieuwe inspecteur des te meer. Met zijn eigen woorden: ik aanvaardde "met een zwaar hart".

Hij had plannen om in de bossen van zijn geboortestreek te gaan wonen en te studeren. Het werden de bossen van Tillegem. Architect Felix bouwde er een Boskluis voor hem. Deze periode van zijn leven is ongetwijfeld de belangrijkste geweest voor de gemeenschap en verdient nauwkeurig en omstandig beschreven te worden. Hij werd hoofdinspecteur op een cruciaal moment voor het onderwijs dat volop ging vernieuwen, experimenteren, democratiseren...

Hij heeft zelf ook zijn verhaal geschreven. Zijn beleid is samen te vatten in 4 basisdoelstellingen.

 

  1. Alle betrokkenen moeten actief bij de opvoeding van de schoolgaande jeugd betrokken worden: inspectie, directie, leerkrachten, ouders, leerlingen.

  2. De studiegeest van de leraren moet voortdurend aangewakkerd worden.

  3. Nieuwe methodes moeten uitgeprobeerd worden en, pas na voorbereiding, algemeen toegepast worden.

  4. Iedereen moet zich inzetten voor een verzorgd Nederlands.

 

Daarom werd een team van vakinspecteurs opgericht die samen optraden, werden er directiecomités gevormd, studiedagen voor leerkrachten georganiseerd, diaprojectors en wandkaarten aangeschaft, een huis van het onderwijs opgericht, schoolagenda's met taaltips ingevoerd, de Cultuurbibliotheek gestart, een vademecum voor het onderwijs opgesteld, 'Berichten en Mededelingen' werd 'Studiën en Berichten'.

Het zou de kanunnik niet zijn wanneer hij geen evaluatie zou maken, en het zou de kanunnik niet zijn wanneer de evaluatie niet vrij negatief zou uitvallen. Hij eindigt zijn beschouwingen nogal somber en filosofisch: "Als historisch wezen hebben we niettemin voor wezensopdracht te leren leven met en niet te revolteren tegen deze (onze) onwetendheid, hoe vernietigend ze voor ons ook is."

Ik denk dat die evaluatie onjuist is. Ze getuigt wel van zijn drang naar degelijkheid en perfectie. Het onderwijs in West-Vlaanderen heeft in die periode de vernieuwing niet gemist. De Cultuurbibliotheek was hem zeer dierbaar maar hij bleef bezorgd voor haar toekomst.

Hij werd inspecteur