Robrecht Stock aan bureau.JPG

Een groot pak kleine druifjes uit zijn serre – er was dat jaar een overvloedige oogst. Bij die gelegenheid heb ik zijn serre met druiven bezocht.  Hij werkte graag eens in zijn groentetuin. Hij sprak over ‘gemet’ ‘boever’ en ‘gewas’. Maar, hij onthoofde zijn douglassparren om zon in zijn bureel te krijgen, en rooide een prachtige rozenstruik omdat hij te wild was.

Tijdens een van de zwerftochten per auto (Naar Ede voor bankverrichtingen, Watervliet om aardappelen te halen, of Sluis voor klompen –toen hij 90 was kocht hij er 2 paar – en voor peper – hij kocht 1 kg.) kreeg ik eens een stuk chocolade. Ik kreeg een mooi ingebonden exemplaar met opdracht, van zijn boek Hellas en wij. Een boek dat overigens niet verkocht. Op het einde van zijn leven heeft hij mij eens uitdrukkelijk bedankt en gezegd dat hij blij was dat zijn bibliotheek nu op de goede weg was.

Ik heb veel handjes gekregen als slappe vissen. Hij sprak me altijd aan met ‘mijnheer de Smaele’. Enkele weken voor zijn dood heeft mij één keer Walter genoemd. Ik zei ‘mijnheer de kanunnik’.

We hadden veel boeiende gesprekken over sociale rechtvaardigheid – hij was een economische liberaal -, Griekse vazen, antiquariaten, Ortelius…Hij ontving me soms in een klein kamertje dat verwarmd werd: tipmachine, boeken en papieren en aan elke kant van het bureau een stoel. Om ze niet te vergeten smeet hij papieren op de grond voor de deur. Er lagen vaak stapels. Wanneer de gesprekken laat uitliepen zaten we in het donker verder te praten.

In de living kreeg ik soms een kop Nescafé: hij nam dan één lepeltje ik kreeg er anderhalf.  Daar stonden ‘heemkundige voorwerpen’: een boterspatel om figuren te trekken, een recipiënt om water te filteren, een bijenkorf van gevlochten stro… Met Vastenavond bakte Nicole pannenkoeken. Overigens was soberheid in eten troef. Hij zei wel aan koffie –oploskoffie dan- verslaafd te zijn. Dat betekende dat hij wel graag een kopje dronk. Op een pannenkoekenavond vond Nicole een pakje koffie dat al twintig jaar over de houdbaarheidsdatum was! Wanneer hij te voet van zijn ‘boskluis’ naar de stad wandelde met zijn oud tasje onder zijn arm, at hij soms voor middagmaal een boterkoek in een tearoom aan de kathedraal.

Hij bewonderde vaklui die een mooi stevig meubel konden maken en de gezonde Vlaamse boer die hij idealiseerde. Hij karakteriseerde soms iemand als “Dat is goed volk. Die komt uit een gezonde familie.”

Ik heb van hem veel geleerd. Ik heb van hem vooral vertrouwen gekregen: “Denk er eens over na en beslis” was vaak zijn antwoord. Ofwel “ik zal er eens over nadenken” en dan gebeurde er wellicht niets.

Walter de Smaele

Wat heb ik van de
kanunnik gekregen