robrecht bundel.png

Het archief van R. Stock (ongeveer 30 m) is vooral belangrijk voor de geschiedenis van het onderwijs in West-Vlaanderen en van het V.S.O. De nummering in de dozen en mappen heeft geen speciale betekenis. Sommige titels werden in het vet gezet. Volgens W. de Smaele zijn dat de belangrijkste stukken.

Op 15 en 16 december 1999 hebben we, op uitdrukkelijk verzoek van RS, al zijn boeken en papieren naar de Cultuurbibliotheek verhuisd. Bij het behandelen van zijn archief heb ik me vaak de vraag gesteld hoe het toch mogelijk is dat zo'n klare geest zo slordig kon zijn op zijn bureau en zo'n chaotisch geschrift kon hebben. Zijn geest was duidelijk vlugger dan zijn hand kon schrijven. Zijn archief was aanvankelijk een berg papier. Dat moet dus letterlijk genomen worden. De laatste jaren maakte hij wel bundeltjes, die hij met een stevig koord samenbond, maar zelfs die bundeltjes zijn dikwijls een allegaartje. Ze kregen meestal een opschrift mee. B.v. "Vooral leerplannen VSO". Die bundeltjes zijn schilderachtig. In een bundel waarin vooral krantenknipsels staken vond ik dan plots een kaartje van zijn vriend Valeer Albers gedateerd 23 Oogst 1921 ... "tot in Thorhout waarschijnlijk hé en dan binnen een week of vier in Roeselare". Toen trokken ze samen naar het seminarie om priester te worden. En uit 1970 vond ik een brief terug uit Taipeh: "dank voor de milde nieuwjaarsgift". Zijn vriend Albers was Scheutist geworden: missionaris in China, daarna in Taiwan. In het archief vinden we veel interesse voor de missies en met meerdere missionarissen had hij goede contacten. Het belangrijkste stuk uit zijn archief zijn twee lijvige boekdelen die hij schreef over zijn leven: "Van boswereld tot boskluis" 1904-1987. Zoals gebruikelijk maakte hij meerdere exemplaren en werkte die dan afzonderlijk bij. Mijnheer de kanunnik was ervan overtuigd dat elke tekst kon verbeterd worden en dat deed hij dan ook voortdurend. Daardoor is het moeilijk twee gelijke versies van één tekst te vinden. Eén exemplaar bevat de notitie "volledigst exemplaar". Zelfs de titel is een tweede versie want de eerste is overplakt en luidde: "Levensflarden of lappendeken? Een bosstreek, een bosjongen en de rest". Veel geschriften van de kanunnik hebben iets baroks. Zijn levensverhaal kreeg een typerend motto mee dat hij zelf opstelde: "Word jezelf. Wees jezelf, alzijdig ontvankelijk, ruim mededeelzaam." De inhoud en de stijl tekenen hem helemaal.

​Deze twee boeken zijn belangrijk. Ze bevatten niet alleen zijn levensverhaal met veel foto's en documenten maar bieden ook veel informatie over enkele grote projecten waarvoor hij zich heeft ingezet. Alles netjes ingedeeld. Op blz. 287 vinden we de inhoudstafel van het eerste volume. Vier delen:
1. tot zijn seminarietijd;
2. 1921-1930: zijn seminarietijd en zijn studies in Leuven;
3. 1930-1955: leraar;
4. hoofdinspecteur 1955-1973.
Van dat vierde deel werd het laatste stuk niet geschreven. Het moest handelen over ontmoetingen met Mgr. De Smedt, Mgr. Vital Vangheluwe, Daniël Coens, collega's, directeuren van de colleges en ontmoetingen met vrienden.


Persoonlijk denk ik dat hij dat stuk niet durfde schrijven. In de persoonlijke omgang was hij aangenaam en luisterbereid, maar wanneer hij iets op papier zette werd hij scherp en dat wist hij.
Dit levensverhaal is fragmentarisch en schetst alleen enkele grote lijnen. Er zijn wel merkwaardige bladzijden te lezen b.v. over zijn beoordeling van zijn seminarietijd en hoe hij zijn jeugd verheerlijkte en zijn streek Sint-Pietersveld. Hij schreef daar uitvoerig over.


Over het ontstaan van zijn boek 'Hellas en wij' vernemen we niets. Over de reizen die hij ondernam en organiseerde spreekt hij niet. Zelfs over de Cultuurbibliotheek is bijna niets te vernemen. Er is wel een ander document bewaard, namelijk zijn speech bij de opening van de bibliotheek op het college waar hij de geschiedenis van de Cultuurbibliotheek vertelt.

​Het tweede volume herneemt het vierde deel van het eerste volume vanaf zijn aanstelling tot inspecteur, maar werkt die periode verder uit. Het exemplaar dat we hier bespreken kreeg de volgende notitie mee in handschrift: "Exemplaar R. Stock. Verreweg het volledigste - ofschoon de andere qua tekst even volledig zijn. Zover het mogelijk is juist te oordelen zijn alle verbeteringen en andere dingen meer in dit exemplaar ingewerkt. 13.05.97.". Deze opmerking is tekenend voor de kanunnik: hij wil juist oordelen. Het gaat dan in dat stuk ook over belangrijke kwesties. Hij wil duidelijk geschiedenis schrijven. Hij onderscheidt twee punten: zijn beleid als inspecteur en wat hij ironisch noemt 'drie speciale tornooien', en die zijn: de strijd om het VSO, de expansie van het hoger onderwijs in West-Vlaanderen en het HOBU in het bisdom Brugge. Ook dit deel bevat interessante documenten die de tekst illustreren.


Wie het leven van de kanunnik wil schijven beschikt daarmee over heel wat materiaal. Het Liber amicorum dat hem in 1975 aangeboden werd, is daarbij vergeleken een verzameling anecdoten en in die zin een goede aanvulling. ​Kanunnik Stock was een veelzijdig man: alzijdig ontvankelijk mag men wel zeggen. Wanneer het donker werd na lange gesprekken op zijn kamer declameerde hij Verhaeren. Hij kon genieten van een mooie uitgave van Seuphor. Hij bestudeerde Griekse vazen - in zijn bibliotheek staken tientallen werken over dat onderwerp en overal staken briefjes en kaartjes tussen en opmerkingen. Dat Hellas boven lag weten allen maar wie weet dat hij in Leuven promoveerde op een moraaltheologisch onderwerp nl. het recht op werkstaking?
Het werk staken? Toen hij in de geriatrie opgenomen werd maakte hij plannen voor later. 

 

Archief onderwijs

  • Grote doos lesvoorbereidingen en schriften van leerlingen 1920-1940

  • Kleuterschriften 1905-1908 J. De Gruytere

  • Belangrijke verzameling, ingebonden en met commentaar

  • "Cahier-journal de classe primaire" 1912-1915 van Alexander Stock

  • Nauwkeurig klasdagboek over de "Ecole de Bienfaisance Thielt Classe des enfants du personnel"​

Robrecht Stock: Archief