nyx op Zeusaltaar in Pergamum.jpg

Klassieke oudheid:
Acropolis van Pergamum

In 1900 schrijft Maxime Collignon zijn Pergame. Carl Humann had toevallig een reliëfplaat van het Zeus-altaar gevonden. Daardoor werd de aandacht van de universiteit van Berlijn gewekt en van 1878 tot 1886 werden de eerste opgravingen ondernomen.

Nu ligt de site op het groot circuit van het toerisme. In de tijd van Collignon was het wel anders."On s'y rend soit par mer, en abordant au petit port de Dikéli, soit par terre, en prenant, à Magnésie du Sipyle, un embranchement de la ligne du chemin de fer de Smyrne-Cassaba qui aboutit à Soma. De cette dernière station, une route médiocre conduit en cinq heures à Bergama, la ville moderne qui s'étale au pied de l'Acropole antique."

 

Pergamum ontstond in de chaos na Alexander de Grote. Op een 300 m hoge rots werd een burcht opgetrokken om geroofde buit te verdedigen. De dynastie van de Attaliden regeerde anderhalve eeuw over het rijk van Pergamum. Zij versloegen Galliërs en Syriërs en bouwden hun rijk uit tot een cultureel centrum. Eumenes II (197-159 v. Chr.) was de belangrijkste heerser. Hij bouwde op de acropolis de tempel voor Athena, het Zeus-altaar en de beroemde bibliotheek.

 

In 133 liet de opvolger van Eumenes II per testament zijn rijk aan de Romeinen. Zij bouwden de tempel van Trajanus, het amfitheater en het Asklepieion waar Galenus (129-199) zijn praktijk had. "On nous excusera de n'y jeter qu'un rapide coup d'oeil, de ne nous attarder au theâtre romain que pour considérer de ce point la masse de l'Acropole, dominant les maisons basses de la ville turque. Aussi bien, c'est l'Acropole grecque, la residence des Attalides, qui doit être l'unique objet de notre étude."

 

Het boek Pergame. Restauration et description des monuments de l'Acropole, is een prachtige uitgave. Het werk (45 x 30 cm) bevat 12 grote heliogravures van Emmanuel Pontremoli en 131 illustraties in de tekst. Het exemplaar van de Cultuurbibliotheek is nummer 82 van de 500 genummerde exemplaren. Het werd in Parijs uitgegeven door de Société française d'éditions d'art L. Henry May in 1900. De tekst van Collignon (230 p.) is picturaal en onderhoudend.